Bij een huis van vóór de oorlog kijkt bijna iedere koper naar de keuken, het dak en het energielabel. De fundering staat op geen enkele lijst — en zij is de enige bouwkundige post die een kwart van de woningwaarde kan kosten en waarvoor geen verzekering bestaat. Sinds 1 april 2026 staat er wel iets over in het taxatierapport. Alleen komt dat op het verkeerde moment.
Sinds april 2026 vermeldt elk taxatierapport een funderingsrisicoklasse van A tot en met E. Die informatie bereikt u pas ná het tekenen van de koopovereenkomst. Wie het eerder wil weten, vraagt het de verkopend makelaar of het Landelijk Funderingsloket — en zet het funderingsvoorbehoud al in zijn eerste bod.
Wat er sinds 1 april 2026 veranderd is — en waarom dat nog niet genoeg is
Elk taxatierapport voor woonruimte bevat sinds die datum een risicoklasse van het KCAF: A tot en met E, waarbij A geen risico betekent en E een vastgesteld funderingsprobleem (NRVT, 19 maart 2026). Bij D of E moet eerst aanvullend onderzoek plaatsvinden voordat de taxatie rond komt. Een echte verbetering — met één weeffout.
De taxatie hoort bij de hypotheekaanvraag, en die volgt op de koop. Vereniging Eigen Huis benoemt het gevolg zonder omhaal: „Deze informatie komt pas ná het tekenen van de koopovereenkomst naar voren." U weet het dus wel, maar op een moment waarop u alleen nog kunt terugtreden — niet meer onderhandelen.
De klasse komt niet te laat om te schrikken, maar te laat om te onderhandelen. Het voorbehoud hoort daarom bij het bod, niet bij de taxatie.
Wat de klasse A tot en met E wél en níét zegt
De klasse is een risico-inschatting, geen onderzoek aan uw pand. Voor ongeveer 35 % van de panden van vóór 1970 zijn gegevens op pandniveau beschikbaar (KCAF, cijfer Q1 2025); voor de rest rekent een model met ondergrond- en grondwaterdata. Het KCAF zegt het zelf: „FunderMaps levert uitsluitend data en context, geen advies."
Dat is geen kritiek op het instrument, maar een gebruiksaanwijzing. Het KCAF waarschuwt uitdrukkelijk dat het model het funderingstype verkeerd kan inschatten en dat daarmee ook de risicoschatting niet klopt. En de NVM, die er zelf mee werkt, erkent op de eigen site dat de beschikbare data „niet altijd juist en/of volledig is" en dat de aanname dat een fundering goed of slecht is „bij nader inzien onjuist kan zijn".
Voor u betekent dat twee dingen. Een A of B is een geruststelling met een betrouwbaarheidsmarge, geen garantie. En een D of E is geen veroordeling van het huis, maar de aanleiding voor de enige stap die echt uitsluitsel geeft: een volledig funderingsonderzoek.
Wat funderingsherstel werkelijk kost
De twee getallen die circuleren betekenen niet hetzelfde. De AFM noemt ze in één zin: voor de „doorsnee eigenaar" 54.000 euro, gemiddeld 92.000 euro (13 april 2026). Het gemiddelde ligt hoger doordat een kleine groep zeer hoge kosten draagt. Wie alleen 92.000 leest, overschat het typische geval; wie alleen 54.000 leest, onderschat de staart.
| Onderdeel | Bedrag |
|---|---|
| Herstel — doorsnee eigenaar (mediaan) | 54.000 € |
| Herstel — gemiddelde | 92.000 € |
| Herstel — ongeveer 1 op de 10 eigenaren | > 200.000 € |
| Herstel als aandeel van de woningwaarde (klasse D) | ca. 21 % |
| QuickScan | 350–650 € |
| Volledig funderingsonderzoek | 7.000–9.000 € |
Twee dingen die zelden in dezelfde alinea staan. De schade is niet verzekerbaar — de AFM schrijft dat eigenaren de kosten in principe zelf betalen. En de staatslening die daarvoor bestaat, helpt u als koper niet: het Fonds Duurzaam Funderingsherstel stelt uitdrukkelijk dat de lening bestemd is voor zittende eigenaren en „niet worden gebruikt voor de aankoop van een woning". Wat u koopt, financiert u dus zelf of via uw hypotheek.
Wat u zelf kunt zien — en wat principieel niet
U kunt de gevolgen zien, nooit de oorzaak. Vereniging Eigen Huis noemt de signalen: een scheve gevel, scheuren die terugkomen na herstel, klemmende deuren en ramen, ongelijke vloeren, en een voordeur die lager ligt dan de stoep. De gemeente Rotterdam zegt er meteen bij: „U kunt problemen met de fundering niet altijd zien."

Een houten paalfundering herkennen doet u dus niet aan het pand, maar aan bouwjaar en gebied. Tot grofweg 1970 werden woningen vaak op houten palen of ondiep gefundeerd (RVO); Rotterdam legt die grens voor de eigen stad rond 1980. Die twee jaartallen spreken elkaar niet tegen, ze beschrijven verschillende gebieden — en juist daarom is een jaartal geen bewijs, alleen een aanleiding.
Belangrijker is wat een keuring hier níét doet. Vereniging Eigen Huis: „Een bouwtechnische keuring brengt geen funderingsschade aan het licht, maar kan wel signalen geven die aanleiding zijn voor aanvullend onderzoek." De paalkop ligt onder de grondwaterstand; beoordelen kan pas het volledige funderingsonderzoek, dat het hout ook laboratoriumtechnisch laat analyseren. Dezelfde grens komt u tegen bij de vochtige kruipruimte: wat onder de vloer ligt, valt bij een visuele inspectie het eerste weg.
Welke stappen er vóór uw bod echt zijn
Drie wegen zijn er, en maar twee daarvan kunt u zonder de verkoper bewandelen. Dat onderscheid is belangrijker dan het lijkt: alles wat toegang tot het pand of een opdracht namens de eigenaar vraagt, hangt van diens medewerking af — en die vraagt u het beste vóórdat u een bod uitbrengt, niet erna.
- Vraag het de verkopend makelaar. Hij beschikt via zijn eigen kanalen al over de funderingsrisico-informatie. Dat is de snelste route en zij kost niets.
- Vraag het het Landelijk Funderingsloket van het KCAF. Dat beantwoordt kosteloos vragen over specifieke panden.
- Laat een QuickScan uitvoeren (350–650 euro, KCAF, stand augustus 2026). Dit is de enige weg die toestemming van de verkoper vereist — en het KCAF tekent er zelf bij aan dat een QuickScan niet leidt tot een definitieve uitspraak over de funderingskwaliteit.
Het funderingsvoorbehoud: waar het hoort en wanneer het te laat is
Het antwoord op de timingfalle staat in de modelkoopovereenkomst. Naast de bekende voorbehouden voor financiering en bouwtechnische keuring bestaat er een apart voorbehoud fundering: u laat een beperkt funderingsonderzoek uitvoeren, en komt daar een gemiddeld of hoog risico uit, dan kunt u de koop ontbinden — met een kopie van het rapport aan de verkoper of diens makelaar.
Het beslissende zit in het moment. Vereniging Eigen Huis: de ontbindende voorwaarden neemt u al mee „op het moment dat je een eerste bod uitbrengt", ze zijn onderdeel van de onderhandeling. Wie ze vergeet, houdt alleen de wettelijke drie dagen bedenktijd over — die beginnen pas bij de terhandstelling van de getekende akte (art. 7:2 BW) en dienen om terug te treden, niet om te praten. En zonder voorbehoud kan een afgeketste financiering een boete kosten van doorgaans 10 % van de koopsom.
De ruwe orde van grootte waar het om gaat: woningen waarvan vooraf bekend is dat de fundering gebreken vertoont, brachten gemiddeld 12 % minder op — ongeveer 47.000 euro — terwijl herstelde funderingen 2 % méér opbrachten (analyse van ABN AMRO, gemeld door Vereniging Eigen Huis, januari 2023; dat is vóór de invoering van de klasse A–E).
Zo weegt briven het funderingsrisico mee
briven beoordeelt een woning op afstand: uit openbare en officiële gegevens, luchtfoto's en de stukken en foto's die u zelf aanlevert. Voor de fundering betekent dat een risico-inschatting op basis van bouwjaar, gebied en ondergrond — en het uitdrukkelijk benoemen van de betrouwbaarheid daarvan, want juist hier is de datalaag dun.
Wat briven daarbij niet doet, is de plaats innemen van een funderingsonderzoek bij aankoop. Een oordeel op afstand zegt u wáár doorvragen loont en welke vraag u vóór uw bod moet stellen; het vervangt het onderzoek niet dat de paalkop daadwerkelijk beoordeelt. briven gaat binnenkort in Nederland van start; tot die tijd kunt u zich op de wachtlijst zetten.
Veelgestelde vragen
Ja, maar niet via het taxatierapport — dat komt later. Vraag het de verkopend makelaar, die de risicoklasse al heeft, of stel de vraag kosteloos aan het Landelijk Funderingsloket. Een QuickScan kan ook, maar daarvoor hebt u toestemming van de verkoper nodig.
De AFM noemt twee getallen die vaak door elkaar lopen: voor de doorsnee eigenaar 54.000 euro, gemiddeld 92.000 euro (stand april 2026). Het gemiddelde ligt hoger omdat een kleine groep zeer hoge kosten heeft — ongeveer één op de tien boven 200.000 euro.
Nee. Vereniging Eigen Huis stelt het onomwonden: een bouwtechnische keuring brengt geen funderingsschade aan het licht, maar kan wel signalen geven die aanleiding zijn voor verder onderzoek. De paalkop ligt onder de grondwaterstand en is bij een visuele keuring niet te beoordelen.
Nee. De AFM schrijft dat de schade niet verzekerbaar is en dat eigenaren de kosten in principe zelf betalen. De staatslening van het Fonds Duurzaam Funderingsherstel helpt kopers niet: die is uitdrukkelijk bestemd voor zittende eigenaren en niet voor de aankoop van een woning.
Bronnen en normen(5)
- KCAF — Funderingsrisico onderzoekenStappenmodel met kosten en doorlooptijd, betekenis van de klassen A–E, actuele aantallen (herberekening Q1 2026).
- AFM — Funderingsherstel: financierbaar voor woningeigenaren?Mediaan en gemiddelde van de herstelkosten, spreiding, en de vaststelling dat de schade niet verzekerbaar is (13 april 2026).
- NRVT — Nieuw model taxatierapport woonruimte per 1 april 2026Primaire bron voor de risicoklasse in het taxatierapport en de vervolgplicht bij D of E (19 maart 2026).
- Vereniging Eigen Huis — Let op de fundering bij het kopen van een huisHet moment waarop de klasse verschijnt, de grens van de bouwtechnische keuring, en het funderingsvoorbehoud.
- Rijksoverheid — Steun voor eigenaren bij funderingsschadeActuele stand van de landelijke aanpak en de prognose van het aantal panden (28 augustus 2026).
